Jolies Heij
Laatste reacties
Laatste artikelen
Een reis langs de rivier, niet zoals de Donau bij Claudio Magris het hoofdpersonage in dit verhaal, maar een metgezel, die nooit helemaal uit het zicht verdwijnt. Niet om te bevaren, maar om meanderend door een keur aan landschappen te volgen, over grenzen heen. Een rivier trekt zich niets van grenzen aan, maar vormt soms noodgedwongen een grens. Een rivier heeft armen, die vertakken, verbinden, omsluiten en wegvoeren. Dit is een reisverslag langs Rijn, Donau, Drava, Bosna en Sava - soms afwijkend van de rivierloop, maar er altijd weer naar terugkerend.
 
woensdag 1 augustus
Ik sta op de Burgslam in Lahnstein bij Koblenz op een heuse burcht. Ik breng een nieuwe tekst over Srebrenica en de oorlog in Bosnië; het publiek luistert aandachtig. De twee finalisten moeten een ode aan de plaatselijke schoonheidskoningin Sabrina brengen, die met wapperende jurk op de vestingswal troont. Op de afterparty bij de Döner worden we getrakteerd op een bezoek van de burgemeester: "Ich hoffe, dass unsere Kleinstadt Ihnen gefallen hat."
 
donderdag 2 augustus
Ik blijf nog een paar dagen in Koblenz, maar krijg in de jeugdherberg te horen dat alles vol zit, nadat ik met al m'n bagage de berg ben opgesjouwd. In het hotel beneden met uitzicht op de Rijn is gelukkig nog een piepklein eenpersoonskamertje. Na een Döner bij de Kebab om de hoek (het is te laat om nog naar de stad te gaan; daarvoor moet ik met de pont de rivier over en die vaart niet meer) nog een drankje in het buurtcafé met een verveelde kroegbazin en twee dorpsgekken. Zegt de een tegen de ander: "Ik ben sinds kort bij een psychiater. Ik hoor steeds stemmen, maar als ik me omdraai is er niemand. Dat is toch niet normaal, of wat denk jij?"
 
vrijdag 2 augustus
Tegen het standbeeld van Wilhelm I op het deutsche Eck opgekeken. Van boven heeft dat Eck wel wat weg van een scheepsboeg, die de rivier doorklieft. Ik moet denken aan de scène uit Titanic met Kate en Leo op de boeg van die scheepsflat, maar dan liever met een knappe, gebruinde piraat alsjeblieft. Koffiedrinken bij een Konditorei met hangbejaarden. Komt er een schuifelend op me af: "Entschuldigung, aber Sie sind bei weitem die schönste Frau hier." Wat een kunst met een gemiddelde leeftijd van rollatorgerechtigd.
 
 
Congruentia
 
Onder de drievoudige vertakking
van rivierlopen meanderend door
verdronken tijden slaap ik in:
een vriendelijk ruisen ontspringt in
 
de stroom van gedachten, een trein
brult, maar als een tijger van
papier. De keizer waakt over zijn
matrozen, zijn hof het steven naar
 
de toekomst gericht. De hotelbaas
vraagt of ik heb gehuild. Van geluk,
zeg ik, om een kamer met
uitzicht. De nurkse kroegbazin
 
schenkt een beker met vergif, beweert
de dorpsgek en belt met God om
dit te verifiëren. De nacht daalt
maanloos op ons neer, ik wilde maar
 
dat ik een kompas had. De rolluiken
vallen dicht, het laatste licht ver
splinterd op straat. Ik hoor iemand
bitterzoet vuurwater opkotsen.
 
 
zaterdag 4 augustus
Hollanders op een terras: "Eine kalte Schokoladenmilch bitte."
"Eisschokolade?" vraagt de serveerster beleefd.
"Nein, schokoladenmilch. Chocomel. Cho-co-mel. Kalt."
Chocomel is iets wat de Duitsers - naast hagelslag, pindakaas en vla - toch echt niet kennen, maar ik bemoei me wijselijk nergens mee.
Gerrit haalt me op en rijdt me naar Rodgau ten oosten van Frankfurt voor de volgende Slam in een soos met veel jong publiek. Of ik niet ook wat in het Nederlands wil doen; ik doe "Bloemen". Waar het gedicht over gaat, wil men vervolgens natuurlijk weten. "Over een man die vindt dat ik niet kan dichten," zeg ik. Of je in het Duits ook de uitdrukking "Zeg het met bloemen" hebt? Aha, sag es durch die Blumen, knikt men begrijpend. We logeren bij de Oostenrijker Dieter in zijn woning boven de soos.
 
zondag 5 augustus
Naar Regensburg voor de volgende stop. Gerrit heeft de Volkskrant meegebracht. Daarin staat dat Rutte zich gedraagt als het ettertje van Europa. Waar moet dat heen met het land? Gelukkig is dat nu ver weg. Hier is alleen wat te doen rond een olympisch roeister, die uit het team is gezet vanwege haar Nazivriendje en oudkanselier Schmidt van de rollatorgerechtigde leeftijd van bijna 100, die een voor de helft jongere vriendin aan de haak heeft geslagen. Regensburg is gehuld in mist en regen.
 
 
Germania
 
Wolken pakken zich samen, de
huizen verkleuren tot onweersgeel,
de donder rolt. Zouden soldaten
tot geweersalvo's te verleiden
 
zijn, de mensen tot het wegkruipen
in rattenholen? Zwaar als een
zwangere wolk hangt de geschiedenis.
Ze roeit tegen de klippen op, nooit
 
stond haar liefde als dit fort, dit
Walhalla voor krijgers, maar
het Nifleheim werd haar lot. Hier
en daar wordt nog een oude Nazi gespot.
 
De oudkanselier plukt een jonge
bloem, maar een Walküre laat niet graag
op zich wachten. Aan de horizon schemert
een verleidelijk blauw, luchten scheuren open.
 
 
maandag 6 augustus
Naar de kapper, een gebeurtenis die traditioneel 1 keer per jaar plaatsvindt en bij voorkeur in de zomervakantie. Zonde van het geld en de tijd, dat haar steek ik toch wel weg. Eén kapperszaak probeerde mij een verplichte wasbeurt aan te smeren voor 35 euro!  "Das muss ja mit den langen Haaren." Bij de camping was een kapper die het ook met de plantenspuit wilde doen.
 
dinsdag 7 augustus
Neergestreken in het Wiener Wald bij de boer in de boomgaard. Het is hier mooi, maar jammer genoeg niet veel tijd om rond te kijken, want morgen verder.
 
woensdag 8 augustus
Ik vermaak me op de bijrijdersstoel met een Lesebuch van Mascha Kaléko, de uit de vergetelheid teruggehaalde oostenrijksrussischjoodse dichteres (1907-1975). Haar verzen over ballingschap, liefde en de dood zijn schitterend weemoedig. Maar ook heeft ze lichtvoetige dierengedichten en aforismen geschreven en haar kindergedichten doen bepaald niet onder voor die van Annie Schmidt.
 
 
Es regnet
 
Es regnet Blümchen auf die Felder,
es regnet Frösche in den Bach.
Es regnet Pilze in die Wälder,
es regnet alle Beeren wach!
 
Der Regen singt vor deiner Türe,
komm an das Fenster rasch und sieh:
der Himmel schüttelt Perlenschnüre
aus seinem wolkigen Etui.
 
Vom Regen duften selbst die Föhren
nach Flieder und nach Ananas.
Und wer fein zuhört, kann das Gras
im Garten leise wachsen hören.
 
 
donderdag 9 augustus
In Pécs (spreek uit: Peetsj) in Hongarije. Wel Eurozone, maar nog steeds de Forinth als betaalmiddel, valt dat even tegen. De snelweg is leeg als op de autoloze zondagen bij ons in 1974, niet te geloven. Een jonge, bebrilde Hongaarse bij de bushalte: "Ich helfen." Ze wist eruit te brengen dat ze ooit naar Berlijn wil, maar de conversatie bloedde dood omdat haar arsenaal aan duits vocabulair vrij rap uitgput was.
Pécs profileert zich vooral met monumentale bouwsels uit de habsburgse tijd, ook de Mc Donalds is in zo'n pand ondergebracht. Waarom vreet die keten zich toch altijd als een termiet door paleizen heen?
De centrale moskee van Gazi Kashim Pasha is slechts halfslachtig tot katholieke kerk omgebouwd met een toegevoegd gedeelte in spiegelbeeld en een reusachtig orgel van maar liefst 3200 pijpen. De Dom was tijdens de turkse bezetting juist tot moskee omgebouwd, maar daar is nu niets meer van te zien.
Niet vergeten om m'n ouwe vader met z'n 77ste te feliciteren.
 
Magyar
 
Ze lijkt weggeslopen uit het hof
van Habsburg en kijkt met glazige
schotelogen de wereld in. Hier
houdt ze alles in haar hand:
 
de basiliek, de pasha's moskee,
zijn stoombaden en lusttuinen
vol versteende kruiden, het domein
van de heilige Stephan. Ik brand
 
een kaars en denk aan hem tot wie
ik een zekere afstand wil overbruggen.
Zij denkt een andere verte, die van
poorten, als het even kan
 
draagt ze haar dromen tot voorbij
Unter den Linden en Brandenburger Tor.
 
 
vrijdag 10 augustus
Wat een toestand. Teruggestuurd aan de grens met Kroatië omdat Gerrits paspoort verlopen is. Hoe hij in vredesnaam zo stom kon zijn. "Ik dacht dat je dan bericht van de gemeente kreeg," gaf hij. "Nee, natuurlijk niet," beet ik terug. Natuurlijk is er op vrijdagmiddag geen ambassade meer open. Terug naar Pécs dan maar. We hebben in Osijek een appartement besproken, dat men best voor ons wil vasthouden, maar ik zou maandag een paar dagen op en neer naar Tuzla in Bosnië, waar ik ook een kamer had besproken. Geprobeerd of ik vast met de trein naar Osijek kon, maar op het station sprak geen hond Engels of Duits. Op het lege stationsplein schreeuwde ik het uit van frustratie. "We zoeken een internetcafé op," besloot Gerrit tenslotte. "Internet spreekt tenminste wel Engels."
Daar bleek Osijek een mijl op zeven met de spoorwegen, maar Tuzla vanuit Osijek eveneens; ik zou 2 dagen onderweg zijn op een traject van pakweg 100 kilometer. Ik begon een idee te krijgen van reizen met het openbaar vervoer op de Balkan. "Je kunt onderhand sneller naar Sarajevo," zei Gerrit, dus dat wordt mijn uiteindelijke bestemming.
 
 
Schipbreuk
 
Vastgelopen in de Donauklei, want
er is een God die beschikt, al heet
hij niet Mladic, maar het "ne dobro"
klinkt even beslist. De zoektocht
 
naar het stempel is net zo ongewis.
Er is een Hongaar met een litteken
op de borst die wil weten wat
"plein" in het Engels is terwijl ik
 
alleen naar de weg vroeg. De lokettist
ratelt spraakverwarring. Sprak
God maar meerdere talen! Hij
verschijnt tot ons met lang haar
 
en gezeten op een motor als was
hij de duivel in eigen persoon, maar hij
zegt eindelijk iets wat we kunnen
verstaan: Parken ist hier verboten.
 
 
zaterdag 11 augustus
Pécs nog wat verder verkennen dan maar. Naar de TV-toren gereden: van daar een weids uitzicht over de stad en omgeving. Je kunt er tevens goed wandelen. In de stad kwamen we op weg naar de Dom langs een gietijzeren hek vol met hangsloten, een fenomeen dat ik in mijn gedicht "Cirkelzaag" heb beschreven. Het was voor het eerst dat ik zoiets in het echt zag; ik had er tot nu toe alleen maar over gelezen.
 
zondag 12 augustus
We zijn over weer een heerlijk verlaten snelweg teruggereden naar Budapest. Ik dacht altijd dat het Hongaars met geen enkele andere taal te vergelijken was, maar ik kan nog aardig wat woorden uit het Servokroatisch herleiden, zoals: szoba-soba (kamer), tér-trg (plein), kiraly-kralj (koning), utca-ulica (straat). Engels blijft voor de Hongaren een probleem; met Duits kun je meer geluk hebben, al is het ook maar een enkeling die de taal spreekt.
 
maandag 13 augustus
Eindelijk in Osijek. Ik kan me weer enigszins verstaanbaar maken. Op de ambassade was het in een vloek en een zucht gepiept; een routinewerkje voor de ambtenaren, die de noodpaspoorten als zoete broodjes uitdeelden aan alle gedupeerde Hollanders die hun pas op een of ander muziekfestival waren kwijtgeraakt. De kamer in Tuzla heb ik afgezegd (mijn definitieve vuurdoop in het Servokroatisch!) en een hostel in Sarajevo besproken. De douanebeambte staarde zo lang op Gerrits pas dat ik vreesde dat hij ons alsnog de toegang tot zijn land zou weigeren. We moesten de kofferbak openen, maar goed, dat was nog niet zo erg als een paar jaar geleden aan de zwitserse grens, toen de hele auto binnenstebuiten werd gekeerd. Onze hospita Yasmina confisqueerde onze passen voor haar eigen administratie. "Ik moet me ook verantwoorden, ze controleren hier alles. Ze hebben immers niks beters te doen."
 
dinsdag 14 augustus
Yasmina ried me aan om een retourtje naar Sarajevo te nemen, ook al reis ik daarna door naar Zagreb. "Dat is gewoon goedkoper," gaf ze schouderophalend. En op mijn gefronste wenkbrauwen: "This is the Balkans." Dit is nu al een gevleugelde uitspraak geworden voor alles wat tegen iedere wetmatigheid en logistiek indruist.
In de Tvrda - de oude binnenstad - raakten we verzeild in festiviteiten ter gelegenheid van de inhuldiging van een osijekse olympisch roeier, met een band die slavonische volksmuziek speelde.
In het appartement TV gekeken bij wijze van taalvaardigheidsoefening, maar er waren alleen reliprogramma's over bedevaartstochten in het kader van Maria Hemelvaart; het was alsof je naar de EO zat te kijken. Na een tijdje heb ik hem maar weer uitgezet.
 
woensdag 15 augustus
Van Osijek is het een kippeneindje naar Vukovar, dat tijdens de Servisch-Kroatische oorlog volledig werd verwoest. Ook hier vond genocide plaats, een kleine 4 jaar voor Srebrenica, zo werden 400 patiënten en medewerkers uit het ziekenhuis gesleurd en vermoord door servische soldaten. Desondanks bleef het Westen vooralsnog blind en doof voor deze daden van servische agressie.
Vandaag de dag zijn er nog veel littekens te zien, hoewel ook al het eea is opgebouwd, waaronder de Franziskanerkerk. Wat je veel ziet is dat de ene helft van de huizen gerestaureerd is en de andere helft nog een bouwval. Toen ik de ruïne van de watertoren - hét symbool van de verwoeste stad - zat te tekenen liep er een man langs, die nieuwsgierig toekeek wat ik aan het doen was. Hij bleek goed Engels te spreken en vertelde dat er voor de oorlog een restaurant in zat. "De autoriteiten willen hem zo als monument laten, maar er is gewoon geen geld om hem te herbouwen." Dat hebben we in Dresden ook al eens gehoord bij de Liebefrauenkirche. "Ik ben orthodox, maar mijn werkelijke geloof is het communisme," zei hij. "War is stupid. En dan die verschrikkelijke Milosevic, mijn familie woont al sinds 5 eeuwen hier in Vukovar en ineens zou ik tot een servische minderheid behoren." Hoofdschuddend liep hij weg.
's Avonds in de pub in Osijek weer een bandje dat slavonische muziek speelde - een gezellig folkloristisch gebeuren!
 
 
Gehavend
 
Dit is een pokdalige stad, ook
al heeft de tijd pleisters aangebracht
en worden vuurgevechten alleen nog op
TV vertoond. Een uitkijkpost staat
 
gewond in de klei, maar hij torent
nog, al stroomt er geen water
meer door zijn aderen. Het leven
gaat door, pruimenjenever drinkend
 
op een terras terwijl auto's de gaten
in de weg omzeilen. De straten
dragen een gescheurd kleed, de
mensen een doorzeefd gemoed, in
 
ruïnes bloeien vergeetmijnietjes.
Nikolaj de Serviër zegt dat oorlog
een stommiteit is en Jezus een
communist. Zijn gezicht is verweerd
 
als de toren, zijn kroon gehavend.
 
 
donderdag 16 augustus
Naar Slavonski Samac aan de grens gereden; daar zou ik op de trein naar Sarajevo stappen en Gerrit de snelweg naar Zagreb opdraaien. "Nema vlaka," sprak de lokettist resoluut. "In Bosanski Samac, aan de andere kant van de grens." "Hoe ver is dat?" Hij stak zijn hand op. "Vijf kilometer." We mochten met die huurauto Bosnië niet in, dus de benewagen dan maar. Ik pakte mijn spullen, nam afscheid van Gerrit en liep richting douane. Koud was ik de grens over of ik kreeg een lift van een bosnisch echtpaar, dat mij keurig bij het station afleverde. Het volgende probleem: het loket was gesloten. Aan een passerende man (voor het overige was het stationnetje geheel verlaten) vroeg ik hoe ik aan een treinkaartje kwam. Hij tikte op de ruit, die werd opengeschoven. De lokettist vulde met trage bewegingen het in het Cyrillisch gedrukte kaartje in latijns schrift in en zette een stempel. Met een diepe frons rekende hij mijn Kuna's naar Marken om. Ik vroeg hem hoe laat de trein kwam; ik begon me al aardig te redden in het Bosnisch, wat in feite hetzelfde is als Servokroatisch. 16:13 schreef hij op een briefje. Ik wachtte, er kwam geen trein, maar er druppelden nog meer reizigers het stationshalletje binnen, dus dat moest wel een goed teken zijn. Ik belde Gerrit, die aan de andere kant van de grens nog steeds op bericht wachtte, dat hij richting Zagreb kon. Tegen vijven kwam er eindelijk een trein, die de verkeerde kant opreed, maar dat doen treinen op grensstations wel vaker als ze aan het rangeren zijn. Toen we echter de rivier overstaken, werd ik ongerust. Het meisje tegenover mij, dat vlekkeloos Engels sprak, vertelde me dat dit de trein naar Belgrado was. Paniek. Wat of de eerstvolgende stop was? Slavonski Samac, dat dan gelukkig wel. Het meisje bood aan om een conducteur aan te schieten en voor mij te tolken. Die zei dat de trein naar Sarajevo al vertrokken was, dus wat nu? Het was de enige mogelijkheid om die dag in Sarajevo te komen. Ik belde met Gerrit en zei dat hij terstond moest omkeren. Maar de oma van het meisje geloofde het niet en ik eerlijk gezegd ook niet, want we reden over een enkel spoor en ik had in Bosanski Samac geen enkele andere trein gezien. "De autoriteiten geven liever niet te veel informatie, want dan raken de mensen in de war," zei het meisje. Wat een communistische praktijken toch. Goddank kwam de conducteur even later melden dat de trein naar Sarajevo nog aan de andere kant van het spoor stond. Maar nu deed zich het volgende probleem voor: ik kon Gerrit niet meer bereiken, die was inmiddels omgekeerd naar Slavonski Samac! Hij zou zich vast doodongerust maken als hij mij daar niet zou aantreffen. Ik snapte niet wat er met mijn telefoon was; Gerrit had pas nog vastgesteld dat ik genoeg beltegoed had. De twee bosnische mannen bij mij in de coupé sloegen mijn gepiel gade en vroegen wat er was. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerde ik de situatie in het Bosnisch uit te leggen, maar ik voelde mij geregeld als een dichter zonder tekst. "Mijn Bosnisch is niet zo goed," verzuchtte ik tenslotte maar waarop ze, bij wijze van Balkanhoffelijkheid, hun duim in de lucht staken. Met mijn telefoon was volgens hen niks mis. In Zenica werden ze afgelost door een gezette man met boodschappentassen. We staarden wat voor ons uit totdat hij een spraakwaterval over me uitstortte. Hele verhalen stak hij af over de pas ontdekte piramide van Visok, want daar kwam hij vandaan. Hij wilde hem persé aanwijzen, alhoewel we niks zagen omdat het inmiddels donker was. "Tja, het is een beetje mistig," wuifde hij voordat hij me "sretan put" wenste en uitstapte.
In Sarajevo met de taxi naar het hostel omdat het station een klere-eind van de Bascarsija - de oude binnenstad -verwijderd ligt. Daar deed het volgende probleem zich voor: mijn reservering was niet doorgekomen en het hostel zat vol. Men verwees mij naar een pension, dat een stuk duurder was en waar alleen nog maar een 3-persoonskamer beschikbaar was, maar ik mocht hem voor de prijs van 2 hebben. Ik was zo moe en gefrustreerd dat ik, na buiten nog een sigaret te hebben gerookt, ging slapen op het voor mij ongekend vroege tijdstip van half een 's nachts. Gerrit kon ik nog steeds niet bereiken.
 
vrijdag 17 augustus
Ik bedacht me vanochtend ineens dat ik Gerrit natuurlijk gewoon vanuit het pension kon proberen te bellen. Bij de receptie verwees men mij naar het postkantoor. Ik verwachtte alweer half een ingewikkeld gedoe met telefoonkaarten en de bijbehorende spraakverwarring, maar ik kreeg gewoon een cabine toegewezen en na afloop moest ik aan de balie afrekenen. Heerlijk zo'n ongedigitaliseerde samenleving waar je nog contant kunt betalen voor je telefoontje! Maar ik kreeg bij Gerrit steeds de niet-in-gebruiktoon; uiteindelijk heb ik mijn moeder in Nederland gebeld met het verzoek of zij hem wilde laten weten dat ik veilig was aangekomen.
Door de Bascarsija gezworven; uit de moskee gezet omdat mijn rokje te kort was terwijl ik mijn schouders wel zedig had bedekt. Toen ik de oude brug, de Latinski Most, zat te tekenen kwam er weer een man langsgelopen. Hij bood me in het Engels aan om me de volgende dag de stad te laten zien. "Heb je een auto?" vroeg ik, want ik moest nog een kaartje voor de nachttrein kopen en kon wel een lift naar het station gebruiken. Die had hij. Ik moest hem beloven dat we elkaar morgenochtend om 10 uur op dezelfde plek zouden treffen. Ik twijfelde nog een beetje, maar ach, wat kan zo'n man van 60plus nou helemaal uitrichten?
 
 
Sarajevo
 
Er zijn gierende claxons, de
taxichauffeur vloekt speeksel omdat
alle stoplichten op rood staan. Is
dit een communistische samenzwering?
 
Nicht gut, zegt hij, want hij denkt dat ik
uit Duitsland kom waar alles
vrij baan heeft. Daar zijn geen dromen
om af te kopen of in te binden, maar ik
 
kom uit het land van tulpen en
windmolens en ben allang blij
dat ik zijn prijs in het Servokroatisch
versta. De straten zijn gesluierd,
 
maar je kunt er slivovica bestellen.
Ik leid je rond door mijn stad, zegt de man
ik wijs je de weg naar Sniper Alley
waar Franz Ferdinand of hoe schietgraag. 
 
 
zaterdag 18 augustus
Ik neem met pijn in het hart weer afscheid van Sarajevo. Het bevalt me hier: de mensen zijn relaxed en maken zich niet druk terwijl ze het in feite veel slechter hebben dan wij. De drukte op de bazaar wil nog wel eens tot botsingen leiden; bij ons heeft dat niet zelden een scheldpartij tot gevolg, maar hier blijft men glimlachen.
Vanmorgen ben ik met Nehed - de man die me gisteren aansprak - de bergen ingegaan. Hij wees me de plekken vanwaar de Bosnische Serviërs de stad bestookten met mortiergranaten, het voormalige wintersportgebied met hotels, die allen in puin lagen. "Alles kaputt." We waren op het Duits overgegaan, want dat bleek hij ook redelijk te beheersen. Hij was vaak in Minhen geweest. Bedoelde hij Mannheim? Nee, München. Hij wees naar weerszijden van de weg. "Daar is de Federatie en daar de Republiek." "En de weg?" vroeg ik. "Die is neutraal. Wie kan het trouwens wat schelen, er zijn hier toch geen grensposten."
We streken neer bij een berghut, die alleen in het weekend wordt bewoond door een echtpaar, dat pita burek en turkse koffie aan de wandelaars serveert. Voordat de pita burek werd opgediend moest er een wandeling gemaakt worden. Nehed liep een stukje voor me uit. "Jij hebt geen conditie," riep hij me toe. Het was echter geen kwestie van conditie, ik had er niet op gerekend in de bergen te gaan wandelen en voelde iedere kiezel door de dunne zolen van mijn espadrilles. We passeerden een opaatje van minstens 80, krom als een vraagteken, dat zijn stok ferm voor zich neerplantend tegen de berg opsjouwde - geharde jongens die Bosniërs. Terug bij de hut stond de pita burek inmiddels klaar. "Eet!" gebood Nehed en liet mij het grootste gedeelte, dat ik dapper verorberde tot ik er maagpijn van kreeg. Buiten dat werd ik voorzien van allerhande repen en frisdrankflesjes; hij leek m'n oma wel. Ik merkte op dat ik in Sarajevo niet veel had gemerkt van de Ramadan, of Ramazjan, zoals hij het noemde. "Wij zijn maar halve Turken," zei hij. Na het eten zette hij me weer in de Bascarsija af, waar ik de tijd alleen mag doorbrengen tot half 8, dan brengt hij me naar het station.
 
zondag 19 augustus
Gisteravond het einde van de Ramadan meegemaakt, dat met een kanonschot werd ingeluid waarop alle minaretten in de stad werden verlicht. Daarna bracht Nehed me naar het station, waar ik eerst 2 slivovica's achterover sloeg om de zenuwen voor de treinreis te verdrijven, want zou alles nu wel goed gaan? Aan de andere kant riep het nostalgische gevoelens op aan het reizen met de Rivièra-Express in de jaren 80, met van die afgescheiden coupé's en dat er in het gangpad gerookt mag worden. Met intieme vreemden die boeiende gesprekken met elkaar voeren om de verveling te verdrijven; ik heb slechts een enkeling met een laptop gezien.
Ik kon pas ontspannen achterover leunen toen bij navraag bleek dat ik in de goede trein zat. Na Doboj weer pascontrole omdat we de Republika Srpska inreden en tevens werd er een cyrillische lok voor de trein geplaatst. Vervolgens de kaartjesknipcontrole; de conducteur zette wankelend het stempel. Even later stonden ze met zijn tweeën voor mijn coupé en ik vroeg vriendelijk wat ze wilden. Natuurlijk zag ik dat ze dronken waren en naar me stonden te lonken, maar ik had zelf ook wat van de brandy geslobberd en was wel in voor een beetje gezelligheid. De ene drong meteen de coupé in en schurkte zich dicht tegen me aan. Mijn amerikaanse medepassagier schoot gealarmeerd overeind, maar deed niets. Toen ik de Serviër van me afduwde, ging hij tegenover me zitten om me zo'n beetje loensend te verorberen.
"Ik heb een man," zei ik, "en jij hebt vast een vrouw."
"Nee hoor," grijnsde hij, "ik heb geen vrouw."
Hij wees op een zwarte speld op de revers van zijn uniform, maar ik snapte niet goed wat dat moest voorstellen. Was het soms een rouwteken? Mooi eerbetoon aan zijn dode vrouw om zich zo agressief aan een ander op te dringen. Desalniettemin probeerde ik iets van een gesprek op touw te zetten, maar liep al snel vast op de taal. "Sorry, mijn Bosnisch is niet zo goed," zei ik daarom maar.
"Het mijne ook niet," zei hij. "Ik spreek Servisch."
Aha, dacht ik. "Jij spreekt geen Servisch," gaf ik, "want dan zou je "vreme" in plaats van "vrijeme" voor "tijd" zeggen."
Hij fronste zijn wenkbrauwen onder de pet. "Ik zeg "vrijeme", maar toch spreek ik Servisch," hield hij vol.
Allemensen, wat een idioot. Hij was intussen ook weer naast me gekropen en betastte me overal waar hij me maar betasten kon. Ik begon er genoeg van te krijgen. "Doe je dit iedere nacht?" vroeg ik in het Engels. "Dronken worden en passagiers lastigvallen? Of ben ik soms zo speciaal?" "No no," zei hij, maar had duidelijk geen notie wat ik zei en ging lustig door met mijn benen te masseren. Zijn collega was in geen velden of wegen meer te bekennen.
Ik zette mijn allerliefste glimlach op. "Weet je dat je een ongelofelijke klootzak en een meelijwekkende idioot bent?" zei ik in het Nederlands. Hij bleef onverstaanbaar doorbrabbelen in zijn taal, hoe hij die dan ook mocht noemen.
"Waarom slis je zo?" vroeg ik, weer in het Nederlands. "Hebben ze je op school nooit geleerd om duidelijk te articuleren? Dat is belangrijk voor de verstaanbaarheid, snap je? Im-por-tant. Wich-tig. Be-lang-rijk."
Hij fluisterde in mijn oor dat ik met hem mee moest komen, dat verstond ik dan weer wel. Kom maar op, dacht ik, ik lust dat servische zwijn rauw.
We gingen zijn "privécoupé" in; hij sloot de gordijnen. "O nee, geen sprake van," zei ik en rukte ze weer open. Dat weerhield mijn stoere conducteur er echter niet van om zijn lul uit zijn broek te halen. Ik kreeg prompt de slappe lach, maar kennelijk zag hij dit als een aanmoediging, want hij greep mijn handen en vouwde ze om zijn paal. Ik rukte ze weer los. "Nou, dit is voor het eerst dat ik een conducteur met een blote piemel zie," zei ik in het Nederlands. Als antwoord staarde hij me schaapachtig grijnzend aan. Hoe of hij heette, vroeg ik toen maar in zijn servische taal, oftewel Bosnisch, oftewel Servokroatisch. "Zoran," antwoordde hij. "Dat klinkt als Zorro," zei ik. Dat vond hij helemaal geweldig: "Da da da!" knikte hij enthousiast. Plotseling greep hij razendsnel onder mijn stoel, zodat deze uitgeklapt werd en ik pardoes tegen hem aanvloog. Hij maakte nu serieus aanstalten om me te beklimmen. "O nee, geen sprake van," steunde ik in het Nederlands. "Dosta, genoeg!" Ik worstelde me los, maar hij slaagde er nog in om mijn onderbroek naar beneden te rukken; een wonder dat die niet scheurde. Tijd om me uit de voeten te maken, want dit dreigde uit de hand te lopen. Ik vluchtte de WC in. Mijn hersens werkten op hoogspanning, want Zorro kon ik nog wel aan, maar wat als hij zijn collega's erbij zou roepen (ze waren met z'n tweeën of drieën, dat wist ik niet precies) en ze een gangbang wilden beginnen? Ik had zo veel gelezen over servische groepsverkrachtingen tijdens de oorlog dat dit mij een reëel gevaar leek. Mijn adem stokte toen er aan de deur werd gevoeld. Zo'n conducteur zou heus wel een sleutel hebben. Ik kon maar beter teruggaan naar mijn coupé, me onder de mensen begeven. "Are you allright?" vroeg de Amerikaan. "No, he just tried to rape me. Those Serbs are terrible." Iets zei me dat Zorro dit vaker had gedaan en onwillekeurig vroeg ik me af waar hij in de oorlog had uitgehangen.
Mijn nekharen kwamen overeind toen ik hem zag naderen, ik wierp mijn gewicht tegen de coupédeur en haalde opgelucht adem toen hij voorbijliep. Mijn ziekelijk bleke Amerikaan zei niets meer en legde zich weer ter ruste. Voor mij geen nachtrust, want Zorro kwam nog een paar keer langsgelopen, de laatste keer weer zwaaiend en lonkend, hoe was het in de wereld mogelijk. Die lui denken blijkbaar dat ze de koning van de wereld zijn. Na alles wat ik over de bosnische Serviërs heb gelezen werd mijn (voor)oordeel over hen meer dan bevestigd. Voorbij Prijedor achtte ik het veilig genoeg om me op de bank uit te strekken, maar werd korte tijd later tot vier keer toe gewekt door kroatische douanebeambten en kaartjesknippers, die ik evengoed wel kon omhelzen. Bij aankomst in Zagreb naar de stationspolitie gegaan, maar de kroatische spoorwegen gaan natuurlijk weer niet over het traject door de RS. Ik had me in ieder geval kranig geweerd. Ik wil er ook niet zielig over doen. Wel vroeg ik me af of ik misschien niet te uitdagend was geweest naar Balkanmaatstaven. Maar toen ik het incident een week later op het Erlanger Poetenfest aan een jonge Bosnischduitse vertelde, zei zij dat het vaker voorkwam. Dus dan maar een gedicht.
 
 
Zorro
 
Zijn naam klinkt als Zorro en dat
vindt hij leuk, want gemankeerd
is zijn heldendom. Hij strijdt zo lang
het onrecht een masker draagt.
 
Ik ben maar een arme herenboer,
de wereld begrijpt niets van het hart
van een Serviër, zwart en ongelakt.
Ik wil ook schitteren, al is het in
 
dronkenschap, op het graf, op de
handen korstig van het vuil. Enkel voor
een hoer pomp ik mijn cetnikpik vol
lucht, maar hoeren te over
 
in dit tranendal en geen die het begrijpt
als ik zorro-astisch tot haar spreek.
Hooguit pis ik een lallende klaagzang
tot een bloederige Z in de sneeuw.
 
 
maandag 20 augustus
Nog steeds een tikje beduusd van wat er is gebeurd, maar kom, het leven gaat verder. In Zagreb heerst een hittegolf, dus we zijn gevlucht naar het hoger gelegen natuurpark Medvednica. Helaas bleek de burcht gesloten,  dan maar een wandeling en de lokale keuken geproefd bij restaurant Lagvic met uitzicht op de bibberige lichtjes van de stad.
 
dinsdag 21 augustus
Te warm om door de stad te lopen, dus liet ik het standbeeld van Ban Jelocic verder stoven in de zon en ging een ge-aircode boekhandel in om er een boek met kroatische sprookjes rijker weer uit te komen. Op Strossmartre hingen de kunstenaars landerig achter hun kraampjes. Ik mis de levendige gezelligheid van Sarajevo en omdat ik met Gerrit ben, die geen woord Kroatisch spreekt, worden we overal meteen in het Engels aangesproken, dat maakt lui. Nu is men in Kroatië natuurlijk ook veel beter op toeristen ingespeeld, bah. De ventilator maar de hele nacht laten draaien.
 
woensdag 22 augustus
Door Slovenië de toeristische route langs de Drava gevolgd, langs ondoorgrondelijk groen water en steile bergwanden. In Oostenrijk net over de grens even in Bleiburg gestopt. In WOII werd hier een hele stoet vluchtelingen - deserteurs uit het kroatische leger, Ustase-aanhangers, maar ook onschuldige burgers - door de engelse gealliëerden terug naar Joegoslavië gestuurd waar ze door de partizanen werden afgeslacht. De slachtoffers worden jaarlijks op het Bleiburger Feld herdacht. Toen we Bleiburg weer verlieten, barstte het noodweer los, wel een verademing na die kookpot van 38 graden.
 
donderdag 23 augustus
Vanochtend weer stralende zonneschijn. In het meertje bij de camping tussen de vissen gezwommen en me daarna door de zon laten opdrogen, maar dat is me slecht bekomen, want nu ben ik kreeftjesrood en koortsig. Stom om geen zonnebrand te gebruiken natuurlijk, maar ik dacht nog snel even een bruine tint aan te leggen voor het geval de mensen thuis zouden denken dat ik alleen maar door de regen heb gelopen.
 
vrijdag 24 augustus
Neergestreken bij Wertheim, van de regel uit het Nina Hagenlied Der Spinner: Bei Wertheim gab es Salamander, bij Wertheim was er stront aan de knikker. Hier is niets aan de hand, alleen zijn buik en benen nog steeds roodgloeiend.
 
zaterdag 25 augustus
Nu was er toch stront aan de knikker, alleen dan in Frankfurt. We stonden op de locatie waar volgens Myslam.net de Slam zou worden gehouden, maar er was niemand. Na een half uur wachten besloten we om maar weer een Internetcafé te zoeken; daar kwamen we tot de ontdekking dat de Slam vanwege het Museumsuferfest op een groot openluchtpodium aan de Mainoever was. Een dappere poging gewaagd om daar te komen, maar alles was afgezet en er was geen doorkomen aan met de auto. "Weet je wat?" zei Gerrit. "Laten we vast naar Erlangen gaan." Daar heb ik morgenavond de Slam en eigenlijk zou ik er morgen met de trein heen, want Gerrit gaat met de auto huiswaarts omdat hij maandag weer moet werken, dus dat scheelt mij reiskosten.
 
zondag 26 augustus
Hier in Erlangen (voor de gedesoriënteerde nederlandse lezer: bij Neurenberg) is een Poetenfest gaande: van donderdag t/m zondag op verschillende locaties in de binnenstad voordrachten van bekende en onbekende schrijvers en dichters, een beetje als Dichters in de Prinsentuin of de Haarlemse Dichtlijn, maar veel grootschaliger. En er is zo veel poëzieminnend publiek! Ik woon op het grasveld voor de Orangerie in de Slottuin een voordracht bij van Hanjo Kesting, een cultuurfilosoof die een bestseller heeft geschreven over europese cultuurgeschiedenis. Hij praat over de bijbel, de klassieke oudheid, Dante, Dido en Aeneas, Schiller en de Germania van Tacitus. Dan is het tijd om naar de Slam te gaan, die in het kader van dit festival wordt gehouden. Moderator Jan Siegert spreekt zijn waardering uit over mijn tekst over de bosnische oorlog: "Der hat sich in jedes Herz geschlichen." Over mijn gedicht "Bloemen", dat ik wederom in het Nederlands voordraag, zegt hij tot het publiek: "Der Titel ist Blumen. Und mehr kann ich eigenlich nicht dazu sagen." De finale gaat tussen de weergaloze Volker Strübing van de berlijnse Lesebühne en de ingetogen Lukas Fassnacht uit Erlangen zelf: Lukas is de winnaar. Aansluitend is er nog een avondvullend programma met gastoptredens, o.a. met de eerste Landesmeister Slam van 1997 en die van vorig jaar. Ook is er muziek,waarbij de ingetogen liederen van de berlijnse Jan Koch de meeste indruk maken. Daarna afterparty in een grieks café met veel retsina!
 
 
Dichtersfestijn
 
Het is een plataanoverdekte
stad, niet ver van het hart en
herrezen de Phoenix om oude
Nazis te veroordelen. Nu is de
 
democratie weergekeerd. De tuinman
harkt de bladeren die de dichters
laten vallen als overschaduwende
maar bewierookte platanen. Hoe kun
 
je dichten zonder naamvallen?
Maar zijn taal is evenmin
erotisch, zo lang je het maar zegt
met bloemen van papier, zo lang
 
je maar woorden blijft harken
met grote, brede slagen, al is
het voor god en de sier. Ik ontwaak
met mijn hoofd in een plantenbak.
 
maandag 27 augustus
Ik blijf nog een paar dagen in Erlangen om wat rond te kijken, want het bevalt me hier. Er is een enorme slottuin met botanische tuin en het is schitterend weer. De stad is klein en overzichtelijk, niet uitzonderlijk druk, maar gezellig. Er is een universiteit, in tegenstelling tot het nabijgelegen, veel grotere Neurenberg, waar dan wel weer veel studenten wonen. Toegegeven, veel te beleven is er niet voor de gemiddelde student op een doordeweekse maandag in Erlangen. De stad afficheert zich als Hugenotenstad, die ruimhartig franse protestantse vluchtelingen opnam nadat Lodewijk de Veertiende het Edict van Nantes, dat godsdienstvrijheid garandeerde, had herroepen. In de Thaliaboekhandel word ik aangesproken door een vrouw. "Ik heb u gisteren zien optreden en vond het heel moedig wat u deed."
 
dinsdag 28 augustus
Kennelijk ben ik gisteren in de slottuin door een beest gestoken, want mijn enkel en voet worden langzaamaan dikker, wat het lopen door de stad bemoeilijkt. Wat in de universiteitsbibliotheek tussen de boeken snuffelen dan maar.
 
woensdag 29 augustus
Mijn voet heeft de omvang van een softbal gekregen en ik moet een propvolle ICE in. Gelukkig staan er bezorgde oudere dames klaar om mijn enkel met hun waterflesjes te begieten en compressen van vochtige WC-handdoekjes aan te leggen. Toch blijft het geen lolletje om zeven uur lang tussen je bagage ingeklemd te zitten omdat er op het rek door alle hutkoffers geen plek meer is. Daar betaal je je dan blauw voor, 150 euro voor een enkeltje naar Utrecht, waar ik 38 euro vanaf wist te snoepen vanwege mijn kortingskaart voor het nederlandse traject, maar dan nog. En de duitse treinen rijden ook allang niet meer op tijd. Ik zou haast terugverlangen naar de bosnischservische spoorwegen met de lege treinen en de dronken conducteurs voor lief nemen. Maar uiteindelijk gaat het altijd met de stroom mee en terug naar de Domstad.
Lees meer...
I close my eyes and count to ten
and when I open them you're still here
I close my eyes and count again
I can't believe it but you're still here
 
Wir schliessen unsere Augen
und zählen bis zehn
wenn wir sie aufmachen
 
spielen wir dass es Krieg ist
in einem Land wo man sich nach der Ueberlieferung
nach dem Leben trachtet
dann ist es nicht so schlimm
wir können diesen noblen Wilden sogar einigermassen begreifen
oder wenigstens unsere Hände davon ablassen
 
was direkt unter unseren Augen
aber zuerst bis zehn zählen
 
und den Krieg abspielen
wir sind nicht wirklich dabei
das Herz wandert an anderen Orten
unser Beileid wird mit einem Markierungsstift angedeutet
die Empörung steht aufrecht
wie die Schwänze die einst schrumpften vor Scham
Ergebenheit wie die erstarrten Leichen aufgestapelt
zu Kompost vergangen in den zugedeckten Massengräbern
aber im 21. Jahrhundert redet keiner mehr davon.
 
Wir schliessen halt die Augen
und wenn wir sie aufmachen
 
erinnern wir uns die etnisch gesäuberten Spielplätze
das Stacheldraht rundum Omarska
die Schlinge um Srebrenica
die Wälder woraus die Männer wie reife Aepfel fielen
ins offene Feld hinein wo ihnen das Nackenschoss geschenkt wurde
 
und wenn wir die Augen schliessen
ist es mit dem Gewehr in der einen
und das Feuerwasser in der anderen Hand
 
so braucht man keine Angst zu qualmen
der Andere nicht mit Fleisch zu beziehen
der ist nur eine Schiessscheibe aus Hardkarton
Gnade wird höchstens verliehen
durch eine letzte Zigarette
 
und was ich noch zu sagen hätte
dauert eine Zigarette
und ein letztes Glas im Stehen
 
denn du schliesst die Augen
und tust so, als wäre es Krieg
in deinem Kinderzimmer mit deinen Zinnsoldaten
 
und wenn du die Arbeit hinter dir hast
gibt es schon irgendwo ein Weib an den Haaren herbeizuschleppen
du weisst schon, irgendein Gegenstand mit einer Schlitze
du wühlst, als wolltest du etwas aufgraben
aber mehr noch möchtest du etwas hinterlassen
nämlich den Siegessamen deiner müdegestrittenen Lenden
es war ein Mal, da hobst du ihr Taschentuch auf
jetzt eine blutige Proppe im Maul
du benutzt dein Schwanz wie eine Gewehrlaufe
und infektierst sie mit Kind
weshalb solltest du dich zurückhalten
wenn du morden und vergewaltigen kannst?
 
So lange du die Augen schliesst
um nicht die nackte Verzweiflung zu sehen
die aus entseelten Blicken spricht.
 
Das blutige Fleisch das den Körper verlässt
in einer Leichensacke
der erste Schrei eingetaucht
zugeschnürt mit dem Nabelstrang
die ersten Schritte zugeschüttet im Wasserbrunnen
überall und rundum ist der stinkende Tod
 
aber du kannst die Augen schliessen
den Film ausm Kopf schneiden
oder dir die Augen ausstechen und warten bis
ein Gentleman sie für dich aufhebt
aber dies ist nicht die Zeit für Höflichkeiten
es ist immerhin ein weisses Tuch
du kannst es ausfüllen wie du möchtest
mit dem Nebel des Vergessens
oder das verkorkste Grinsen der Wirklichkeit.
 
Ein land ist wie Gummi
die Grenzen schieben hin und her
aber halten beim Feind an
immer wieder diesen Feind ausm hohen Hut der Volkslenker.
 
Wie weit sind wir denn gekommen?
Nationalismus als Euphemismus für Faschismus
ein Heilstaat aus Genozid gewachsen
aber in den dörfern der Schweiz an der Nordsee
kümmert sich kein Schwein drum
schadenfroh vergeht die Zeit
bis Kanonen und Granaten widerschallen und wir uns erinnern.
 
I close my eyes and count to ten
and when I open them you're still here
I close my eyes and count again
I can't believe it but you're still here.
Lees meer...   (2 reacties)
Wie weet nog wat er in Srebrenica
gebeurde, in een landschap gekerfd en
gepokt met massagraven? Van
toen soldaten vergaten te waken
 
en alle ogen gesluierd waren
vandaag nog steeds maar twee
minuten op het achtuurjournaal.
Is het al 17 jaar geleden dat ik je
 
voor het laatst zag? Wat is er
gebleven, nog geen haarlok
maar diep onder mijn vleugels
zul je blijven leven, ik ben de
 
engel van de herinnering die
de wond open houdt en bloedrood
omrand. Jij zult nooit meer
sterven, want ik zal alert zijn.
Lees meer...
ik heb je vastgeketend in
parijs en rome, misschien ga ik
nog naar barcelona en praag
zo ver zijn we al gekomen
 
maar het mag ook dichter
bij huis, in amsterdam is het
eerste slot vastgezet, zodat ik
je dagelijks kan tegenkomen
 
onze liefde kent geen vakantie
meer, is niet exclusief en op
zijn beloop, maar als het roestvrije
staal van een gouden hangslot
 
er zijn bruggen die zuchten
slaken, die knielen door het
geiwicht, ze weten wat wij
doorstaan, gunnen ons dit gedicht
 
er zijn mannen in fluorescerende
pakken die pakezels willen
verlichten, laat ze maar komen
met hun cirkelzagen, een hart
 
is van hout noch van staal
maar van glas, het kan
breken en barsten, maar nooit
te water raken of figuurzagen
Lees meer...
hij zegt dat ik niet dichten kan
taal zwoegt en stampt en steunt als een locomotief
zonder ooit ergens aan te komen
 
dat ik hem niet raak
zegt hij die als enige weet
dat ik vergeven kan
 
ik heb geen oog
voor de bloemen van zijn land, de dampendrode velden
met de lavendelgeuren van het beloofde bosnië
 
ik ruik alleen maar de stront
van een oorlog die ik onterecht
tot de mijne heb benoemd
 
verder ben ik zonder gevoel
draag een kerker in mij
en ben ook zo niet te begrijpen
 
tot hem zou ik mijn kostbaarste woorden willen richten
hem tooien met de doornen
van mijn schaamteloze bezit
maar ik heb alleen een gedicht
 
hij zegt dat ik niet dichten kan 
Lees meer...
Het is een tinnen dag in juni
wanneer de regens zijn uitgeraasd
de bomen drooggewreven
als geschubde huid
de paden verdronken vensters
met niets dan vriendelijke lucht
de zon een vervelde perzik
 
als de karavanen langstrekken
dampend in de sneeuw van juni
de aangeharkte klavervierblaadjes
uitgetrokken als insektenpoten
de wereld is uitgelopen
regenbogen vermengen zich met taalkleur
als water met de dingen
 
met de echo's van deze ark
de mensen ademen als triangels
rondwangige ballonnen wandelen
door de lucht als engelen
en de voeten zijn vergeten
dat ze op deze grond staan
de ogen vergeten waakzaam te zijn
 
ook al zijn ze van glas
en gebroken of uitgedrukt
en zijn de geuren nog nat
ook al is er iets achtergebleven
dat in het donker geen vorm had
en in het licht niet scheen
ik heb iets verloren in de wereld.
Lees meer...   (1 reactie)
bliksem gluurt tussen boomschorsen
donder rijdt over het land
in een bolderkar
waar papavervelden lokken
 
dan sterven onze vingertoppen af
alsof we ons omsingeld weten
door tijgers en mammoeten
samen staan we sterk
 
nu ik ben vergeten dat jij
mijn man niet bent of
nooit geweest ook al kruipt
je ademtocht langs mijn benen
 
tussen de segmenten van koesterloof
en het blote veld bungelt mijn hand voor altijd
los waar jouw kaplaarzen open
liggen van kuit tot teen
Lees meer...
dag in dag uit verstelt hij haar
in gedachten haar rondingen uitknippend
hinkstapsgewijs over de patronen
de naden in haar huid van stof
 
draad en naald doorhalen haar spiegelbeeld
op de ruit er drupt een traan
van haar gezicht of heeft hij haar geprikt?
gretig tovert hij wensen uit hoge hoed
 
volgt haar sporen op de voet
over wegen van stof en knisperend verlangen
zij vergeet hoe zij wordt verpopt
ziet hooguit zijn slanke handen
 
ze vraagt zich af waar hij zijn huis
heeft gelaten en of hij zijn kinderen
nog wel eens ziet zijn haar is stug
zijn geur die van warme aarde
 
het meetlint hangt als goud
hij voorziet haar trekken van ruches
snoert haar duim voor duim in
ontwerpt zich een etalageprinses
Lees meer...
ik kam het hele huis uit
snuffel in lades als damesbladen
 
trek een versleten kous over mijn hoofd
knip gaten uit voor de ogen
 
ik leeg mijn gezicht in prullemanden
wroet tussen de scheepsberichten
 
de getuigenissen van een koelobloedige daad
ik lik de kruimels van het mes
 
de handdoek hangt keurig over het rek
haar geur reeds lang vervlogen
Lees meer...
Het bloed trok uit je vingertoppen
toen de liefde afstierf
met een koffer vol botten
rammelend van God
stak je het land over
en stortte je opnieuw
in een oorlog van
luiers, monden en mattenkloppers
soms werd er geschoten
met echte kanonnen
soms was de hemel
angstvallig verlicht
soms was er geen levensader meer
om te voeden
scharrelde je rond de puinhopen
van zandkastelen.
 
Er is een zon in jou
ondergegaan
de kamer is een schrijn
een raam met uitzicht
op jouw hemelpaleis
en ik herschik je huid
de tongen met de verhalen
opgebaard onder iedere steen
de vertelsels van het land
en de zee in je handen
die een badkuip was
in de kindertijd
waar eenden met plastic veren
kopje onder gingen
en hoe de bossen geurden naar zout
zo bracht je Zeeland
naar mijn kinderkamer
behing de muren
met gevierde heldinnen
met omawijsheid
en alle gevaren
die ik later terugzag.
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl